Sessie 2905


“LichaamBewustzijn”


Donderdag 14 januari, 2010 (Privésessie/telefoon)
Deelnemers: Mary (Michael) en Rose (Quillan).

ELIAS: Goedemiddag!

ROSE: Goeiemorgen, Elias!

ELIAS: Waar waren wij gebleven?

ROSE: Hmm … waar was ik gebleven? Ik heb zoveel punten op mijn lijst staan, en ik voel mij een beetje gestrest over waar ik verder over wil praten – het onderwerp van de laatste sessie, of over mijn lichaam … maar … Ik heb in ieder geval besloten om mezelf zoveel tijd te gunnen als dat ik nodig heb in de sessies, dus kunnen wij het wat relaxter aandoen. Maar, we hebben wel een hoop werk te verzetten hoor! (Lacht)

Ik heb nog wel een korte vraag tussendoor, en dan wil ik verdergaan met het onderwerp van de laatste sessie. Mary en ik hebben zitten praten over ziek zijn en dat je soms precies weet wat je moet doen om de conditie te veranderen en dan doorloop je van die ongelooflijke genezingen, maar andere keren gebeurt er gewoon helemaal niets! En wij hebben het hele vraagstuk maar voor de makkelijkheid teruggebracht tot één vraag: Welk stukje van de puzzel zien wij hier over het hoofd?

ELIAS: Interessante vraag en deze vraag heeft eigenlijk een simpel antwoord, maar hoe jij dit antwoord interpreteert of hoe je het adresseert, zal niet zo simpel zijn.

Het simpele antwoord op wat het missende stukje is, om zo te zeggen, is het complete vertrouwen erin hebben – sleutelwoord vertrouwen - dat het lichaam(bewustzijn) het vermogen opneemt - en zelfs nog daaraan voorbij opneemt - om zichzelf te regenereren. Dat is het simpele antwoord en dat is het missende stukje.
Maar er zitten ook heel veel takken en zijtakken aan het missende stukje vast die het compliceren, omdat het heel gemakkelijk is om tegen je te zeggen dat het alleen maar een kwestie is van vertrouwen op dat vermogen en functioneren van het lichaambewustzijn - wat zo simpel lijkt om te doen.

Nu, je ervaringen spelen een hele sterke rol in je associaties met betrekking tot het lichaam(bewustzijn). Misschien nog wel meer dan je is geleerd en dan je zelf geleerd hebt. Want als je kijkt naar je ervaringen dan bezie je ze op een zeer absolute wijze. Het is makkelijker voor je om naar ’n element te kijken die je is aangeleerd of die je hebt geleerd. Want het is makkelijker voor je om daar vraagtekens bij te zetten, of om het misschien zelfs wel helemaal te verwerpen – of - om er een nieuwe perceptie op los te laten, waardoor je je perceptie veranderd op de informatie, die je aangeleerd werd.

Wanneer het jouw (eigen) ervaring betreft, dan neemt die ervaring een veel solidere plaats op in je associaties. Het somt op met wat je werd geleerd, maar het ervarings-aspect creërt een associatie die veel absoluter is, en dat kan erg sterk zijn en dat is dan ook wat het obstakel creërt. In werkelijkheid is je lichaam, je lichaambewustzijn en de manier waarop het functioneert zeer capabel en regenereert het zichzelf weldegelijk en doet dat continue, en in tegenstelling tot wat sommige van jullie wettenschappen beweren - ieder aspect van je lichaam(bewustzijn) regenereert zichzelf.

Nu, als je dit zou bekijken vanuit een cellulaire structuur - - elk aspect van je lichaam(bewustzijn), zoals je weet, bevat cellen en omdat cellen in jullie termen levende entiteiten zijn, leven en sterven ze. Maar voor elke cel die leeft en sterft, zijn er andere cellen die worden geregenereerd om de cellen te vervangen die stierven, om zo te zeggen. Het is een doorcontinuerende productie van nieuwe cellen, waar sterk bewijs van wordt geleverd in de situaties waarin individuen ziektes creëren. In die situaties, vertrouw je wel op het vermogen van het lichaambewustzijn om te regenereren en om doorlopend nieuwe ziekte cellen te creëren die vermenigvuldigen en die door blijven groeien.

Op dezelfde manier, doen wat jullie noemen gezonde cellen dat ook, en er is geen enkel aspect van je lichaam(bewustzijn) die niet het vermogen bevat om zichzelf te regenereren – zelfs je hersenen. Er wordt door een aantal van jullie wetenschappen gezegd dat hersencellen die afsterven, niet regenereren. Dit is onjuist. Ze regenereren wél.

De reden dat jullie wetenschappen erin geloven dat cellen in je hersenen sterven, en delen van je hersens niet langer functioneren, is omdat wanneer cellen in je hersenen regenereren, de functies van je hersenen worden herleid. Je bewustzijn en het leiden van de functies van je brein, wordt weggeleid van de cellen die zijn gestorven, en het wordt doorgestuurd naar de nieuwe cellen die worden gegenereerd – en in dat ene aspect van je lichaam zullen heel vaak de nieuwe cellen enigszins andere soort functies gaan genereren.

Maar buiten dat, in relatie tot alle andere aspecten van je lichaam(bewustzijn) en al haar functies, regenereert ieder en elk aspect van je lichaam, of het nu spierweefsel of zenuwen of botten zijn, ongeacht van wat het is, organen - het maakt niet uit. Ze regenereren allemaal.
Maar je bent ook behoudend van informatie die je is aangeleerd, die zegt dat bepaalde aspecten van je lichaam niet regenereren. Dus wanneer eenmaal bepaalde cellen dood zijn, zullen zij zich niet meer regenereren – en wat je doet is dat je ervaringen creërt, die dat concept zullen versterken.

Nu; het ervaringsgerichte aspect hiervan is zeer belangrijk, want de tijd is ook een factor in relatie tot ervaringen. Wanneer je een of andere disfunctie of schade genereert in het lichaam(bewustzijn), is er een tijdselement in betrokken – met betrekking tot de regeneratie van cellen.

Nu; als het lang duurt, in jullie termen, als het geen snelle regeneratie-actie is, dan begin je een associatie te creëren welke in overeenstemming zal zijn met wat je hebt geleerd, en dat is dat cellen niet regenereren.

Over het algemeen gesproken, heb je geleerd, binnen die associatie, dat regeneratie binnen een bepaalde tijdsperiode plaatsvindt. Nu; in jullie associatie nemen botten de langste periode van tijd op om te regenereren en dus om te helen. In werkelijkheid, zou dat wel of niet accuraat kunnen zijn, maar in jullie associaties en in jullie waarneming is wat je fysiek ziet, dat botten naar schatting een langere periode opnemen om te regenereren, wat zo tussen de zes weken tot zelfs zo lang als een jaar kan duren.

Dat tijdframewerk, is in jullie waarneming en associatie een redelijke periode van tijd om cel regeneratie en genezing te laten plaatsvinden. Je zal het lichaam(bewustzijn) die bepaalde periode van tijd daarvoor gunnen. Dat is het tijdsbestek die je toelaat.

Daarbinnen, zijn er nog andere associaties die je genereert. Als het botten en zenuwen betreft, worden zij een specifiek tijdsbestek toegelaten om te genezen. Als het een orgaan is en dat orgaan ondervind meermalen beschadiging, dan zal het in jullie waarneming zijn genezingsproces niet meer kunnen volbrengen. Het orgaan wordt daardoor verhinderd – of de cellen die betrokken zijn bij dat orgaan – worden verhinderd in hun regeneratie en uiteindelijk zal het in jullie waarneming nog maar deels regenereren, en dus is dat orgaan permanent beschadigd en zal nooit regenereren. En er wordt op dezelfde manier over botten gedacht. Als het op een bepaalde manier te sterk is beschadigd, zal het niet regenereren, en omdat de schade te erg is, zal de schade permanent zijn. Dit geldt ook voor zenuwen.

Nu, met zenuwen is er zelfs een nog veel mindere toelating in jullie perceptie en associatie voor regeneratie. Als het zenuwen betreft genereren jullie de waarneming dat zenuwen niet regenereren. Zenuwen worden nauw geassocieerd met de functies van de hersenen en er is je geleerd dat de hersenen niet regenereren. En dus zullen extensies van de hersenen zoals je zenuwstelsel ook niet regenereren. Als het beschadigd is, als het niet meer verbonden zit, zal het niet regenereren.

Die is niet correct, of in jullie termen is dit niet waar, maar het is een hele sterke associatie die jullie hebben en in jullie perceptie is het zo. En daarom, of het nu waar is of niet, is het echt en wordt dit dus ook gecreërd. Daarom zal een persoon die zijn orgaan beschadigd en dat bepaalde orgaan herhaaldelijk beschadigd, in/door zijn perceptie creëren dat dit orgaan voor een deel niet meer regenereert - omdat hij het opdraagt om op te houden met regenereren – en hij draag dit op doordat hij gelooft dat een bepaald aspect van het orgaan permanent beschadigd is en daarom niet kan regenereren.

Wat je dus doet is dat je het lichaam(bewustzijn) de instructie geeft; “Stop de regeneratie. Dit ligt niet in je vermogen, dus stop ermee”. En je lichaambewustzijn reageert hier netjes op en stopt met regeneratie. Het is niet dat je lichaamsbewustzijn het niét kan, maar het doet het niet, omdat dit de instructie is die het wordt gegeven. En bij jezelf denken van; “Ik geef nu mijn lichaambewustzijn de instructie om te beginnen met regenereren”, of zeggen tegen jezelf; “Ik concentreer mij op dit bepaalde orgaan – je mag nu gaan regenereren” – zal die actie niet doen verwezenlijken, omdat het alleen maar denken is. Het is een kwestie van echt erkennen dat het lichaamsbewustzijn regenereert.

De belangrijke factor hier, in je vraag, en waar jij en Michael je ook van bewust zijn, is dat je GELOOFT en daarom ook VERTROUWD op een expressie. Je gelooft de ervaringen en wat je hebt geleerd en daarom vertrouw je daarop, en de sleutel hierin is om net zo hard te geloven en dus te vertrouwen op het feit dat het lichaam(bewustzijn) weldegelijk regenereert en dat het adequaat kan functioneren en dat het kan reproduceren.

Nu; dit lijkt heel erg simpel te zijn, maar als je werkelijk zou gaan evalueren hoe sterk je gelooft in een defect of malfunctie … als je dat echt zou gaan evalueren … Want je gelooft erin dat iets beschadigd is, je vertrouwd op die evaluatie, je bevraagt dat niet. Je gelooft er heel erg sterk in en daar ligt je vertrouwen in, en dus is het zo. Het gaat er dus om dat je een ander vertrouwen verwerft, dat net zo sterk is (als de vorige). En daar ligt de moeilijkheid in. Niet dat je dit niet kan – want dat kan je wel! Maar de uitdaging in deze is dat je toestaat dat je een ander vertrouwen ontdekt, een andere actie, een andere manifestatie, waar je net zo hard in gelooft en waar je net zo sterk op vertrouwt.

Er zijn hier gedurende je leven veel voorbeelden van. Niet zozeer met betrekking tot het lichaam(bewustzijn), want je genereert veel meer absoluten in relatie tot het lichaambewustzijn - die niet zo makkelijk worden afgegooid. Maar in relatie tot andere situaties met betrekking tot andere onderwerpen, kun je terugzien dat je je associaties en dus je waarneming veranderde naarmate de informatie die je werd gepresenteerd veranderde. Een zeer sterk geloof en vertrouwen ergens in, veranderde. En wat je geloofde juist en waar te zijn en op vertrouwde en op een zeer absolute manier bekeek, veranderde en was niet langer meer absoluut. En je ontdekte dat er een toelating was geweest voor een andere richting. En dat leidt je aandacht een andere richting op die net zo sterk is, zo sterk dat het de absoluutheid van een vorige richting breekt.

Laat mij een hypothetisch voorbeeld geven - een die ook daadwerkelijk voorkomt. Niet erg vaak, maar het komt voor. Er wordt heel erg sterk vastgehouden aan de massaovertuiging dat je wordt geboren met een bepaalde tendens voor een bepaalde oogkleur of haarkleur, en dat terwijl je opgroeit je een bepaalde oogkleur of haarkleur zal ontwikkelen. Dit wordt gegenereerd door ervaring en wordt versterkt door de massaovertuiging dat dit een absolute is. Als je blauwe ogen hebt, heb je blauwe ogen. Als je ogen bruin zijn, dan zijn ze bruin. Als je rood haar hebt, dan heb je rood haar. Rood haar wordt geen bruin haar. Bruin haar zal niet veranderen in blond haar.

Ja - je haarkleur zal met betrekking tot je leeftijd veranderen, maar zelfs als je daadwerkelijk zou gaan evalueren wat er nu eigenlijk veranderd, dan zul je erkennen dat het niet de kleur is die verandert. De kleur ebt weg, en omdat je ‘ouder wordt’, veranderd je haarkleur en begint wit of grijs of zilver te lijken, omdat de kleur wegebt uit de haarschacht.

Dezelfde overtuiging geldt voor je oogkleur. Zeer donkerbruine ogen kunnen als je ouder wordt wat lichter worden, maar ze zullen bruin blijven. Ze zullen niet blauw worden.
Maar in werkelijkheid kan je haarkleur en je oogkleur wel veranderen. Je zou bruine ogen kunnen hebben en ze zouden groenachtig blauw kunnen worden. Of zeer donkerbruin haar zou kunnen veranderen naar een gouden kleur. Of een aspect van je haar kan veranderen, en een gedeelte van je haar zou een totaal andere kleur kunnen worden.

Nu; overeenkomstig het massageloof is dit niet mogelijk. Het zou niet moeten voorkomen. Maar het gebeurt wel. Het komt niet vaak voor omdat het massageloof heel erg sterk is en je individuele overtuigingen en waar je in gelooft, waar je op vertrouwt, ook zeer sterk is. Daarom veranderen deze aspecten over het algemeen niet, maar het kan wel.

Of je gelooft en neemt een zeer sterk vertrouwen in het geloof op, dat er een daadwerkelijke entiteit bestaat in een of ander gebied van bewustzijn die God wordt gelabeld. En je kunt daarop vertrouwen en het geloven als een absolute – en je bevraagt het niet. Je gelooft het met je hele wezen dat er een God is.
En plots zou je jezelf van het ene op het andere ogenblik wat informatie kunnen aanbieden waardoor die hele waarneming veranderd. Je perceptie veranderd en je hebt wat andere informatie ontdekt waarop je nu eveneens vertrouwt, en waar je net zo hard in gelooft. En waar je in eerste instantie zeer absoluut en werkelijk in geloofde en vertrouwde, zonder het zelfs ook maar te bevragen - doe je nu niet meer. Want je gelooft en vertrouwt nu op een andere expressie of andere informatie.

Zoals ik al zei, gebeurt dit heel vaak gedurende je leven, en op vele vele vele verschillende manieren. Maar met betrekking tot het lichaam(bewustzijn) produceer je dusdanige sterke absoluten, dat het veel moeilijker is om je perceptie in een andere richting op te bewegen, om een andere expressie te ontdekken waar je net zo sterk op vertrouwt, waar je in gelooft. En in relatie tot het lichaam(bewustzijn), speelt nog een aspect mee - die van wat je kunt zien. Want of je het nu wel of niet fysiek met je ogen kunt zien, nemen jullie heden ten dage een technologie op waarmee je de infrastructuur van je lichaambewustzijn kunt zien. Je neemt machines en technologieën op die foto’s kunnen produceren van de binnenkant van je lichaam, de infrastructuur. En die foto’s bieden je het bewijs van schade aan met betrekking tot de interne structuur van je lichaambewustzijn. En of dat nu organen zijn, of spierweefsel, of botten en zenuwen, het doet er niet toe. Je kunt het zien. Je kunt er beelden van maken. En wat je kunt zien, versterkt het fysieke aspect.

Je gelooft dat een worm zijn lichaam kan regenereren en een nieuw lichaam kan creëren als het wordt doorgesneden, omdat je kan zien dat de worm dit doet. Je kan een worm beschadigen en je kan fysiek zien dat het zijn lichaam regenereert en doorcontinueert. Je kan een vinger separeren van je lichaam en zien dat het geen nieuwe vinger zal aangroeien. Daarom geloof je er absoluut in dat bepaalde aspecten van het lichaam(bewustzijn) die zijn beschadigd, dat zij niet zullen en ook niet kunnen regenereren. Je zou in werkelijkheid een vinger kunnen kwijtraken om de een of andere reden, en als die associatie en die perceptie niet zo sterk was, dan zou er een nieuwe vinger kunnen aangroeien. Dit is niet hypothetisch. Het is geen fantasie. Het KAN daadwerkelijk. Maar over het algemeen genomen doe je dit niet, omdat je er zeer sterk in gelooft dat het lichaam(bewustzijn) beperkingen opneemt.

Een deel van die beperking betrekt de zenuwen die, nogmaals, verbonden zijn met de hersenen, en waarvan je zeer sterk aangeleerd is, dat hersenen niet regenereren. En als de hersenen niet regenereren, dan regenereert het zenuwstelsel ook niet. Als je een vinger kwijtraakt, dan beschadig je zenuwen, en dat is nu net dat ene aspect, dat absoluut niet regenereren zal. En dus ongeacht het feit dat je huid en botten regenereren, zul je geen zenuwen regenereren omdat dit hetgene is dat alles met elkaar verbind – zoals het geval is in jouw situatie. Het is niet zozeer de regeneratie van de beenderen. Je zou er best in kunnen geloven dat je botten op een zeer efficiëntie manier kunnen regenereren. Maar je zenuwen zijn beschadigd en afgesneden, en zij kunnen dat niet. En dat is, om zo te zeggen, je probleem.

Zelfs in relatie tot organen. Er zijn bepaalde zenuwcapaciteiten met betrekking tot bepaalde organen – zenuwen die de organen in staat stellen om te voelen en te bewegen – die in jouw waarneming beschadigd geraakt zijn. En wanneer zij eenmaal beschadigd zijn creërt dat in je perceptie de situatie van een permanente schade. Er zijn maar zeer weinig aspecten van je lichaam(bewustzijn), die je waarneemt als niet betrokken te zijn met de zenuwen. En binnen die perceptie, worden de aspecten van je lichaam(bewustzijn) die niet met zenuwen te maken hebben, wel toegestaan om steeds weer opnieuw te regenereren ongeacht welke schade hen wordt toebedeeld. Maar alle aspecten van je lichaam(bewustzijn) die zenuwen opnemen, kunnen potentieel permanent beschadigd raken en zullen dus voorbij herstel zijn. Dit zijn zeer sterke associaties.

Nu; in deze kan het je behulpzaam zijn om te beginnen met niét te concentreren op wat je gelooft en vertrouwt beschadigd te zijn, maar begin jezelf andere informatie aan te bieden met betrekking tot het lichaam(bewustzijn), en hoe het in vele verschillende hoedanigheden kan regenereren. Ga je in eerste instantie niet richten op wat je zelf zou hebben kunnen beschadigd. Omdat dat enigszins netelig zou kunnen zijn, want ook dit zal je concentratie op de schade zelf, doen versterken. Daarom is het gunstiger om je aandacht eerst op andere aspecten van je lichaam(bewustzijn) te richten. Ga beginnen om jezelf informatie aan te bieden met betrekking tot wat het lichaam(bewustzijn) kan doen, wat zijn capaciteiten zijn met betrekking tot regeneratie. Waardoor je een nieuw vertrouwen construeert in wat je gelooft dat het lichaam kan bereiken, in plaats van wat het niet kan bereiken, wat een proces zal zijn, omdat dit zeer sterk ingebedde associaties en percepties en beperkingen zijn.
En die zijn bijvoorbeeld niet anders dan de associaties en percepties die je hebt met betrekking tot zwaartekracht. Kun je zwaartekracht daadwerkelijk tarten? Ja. Zul je dat ook doen? Nee. Als je de zwaartekracht zou willen tarten, zou dit moeilijk zijn en significante hindernissen opleveren? Over het algemeen gesproken; Ja. Omdat je vertrouwen in zwaartekracht zeer groot is. Je gelooft erin, en daarom is het zeer echt en is het zeer sterk, en daarom zweef je niet over de vloer heen. Je loopt. Maar je kunt erover heen zweven! Het is slechts een kwestie van perceptie. Van het ontdekken van een andere uitdrukking, een andere actie, een andere manifestatie waar je net zo hard in gelooft, als dat je in de vorige geloofde!

En dus, zou ik tegen je zeggen, dat het antwoord een simpele is. Het implementeren ervan zal veel moeilijker worden. Maar het kan gedaan worden.

ROSE: Ja, het lastige stukje is om je associaties te vinden en om je vertrouwen te vinden. Het zit zo dichtbij je – dat het transparant is - je kunt ze niet zien, je merkt ze niet eens op. Het zit zo dichtbij je.

ELIAS; Ja. En dat is een excellent punt dat je naar voren brengt. Omdat dat zeer juist is, zeer accuraat is - dat veel van deze aspecten, deze onderwerpen waar je zo sterk in gelooft, zo overduidelijk zijn dat je ze aangaat zonder erbij na te denken. En ze zijn je zo familiair dat je ze niet ziet. Ze zijn bij wijze van metaforisch spreken, zeer te vergelijken met de lucht. Lucht is alom aanwezig rondom je. Het staat daar gewoon voor je neus, maar je ziet het niet.
In deze, wordt je omringt door de vele expressies en manifestaties die je vertrouwt en gelooft - net zoals de lucht je omringt. Maar ze zijn je zo vertrouwd dat je er niet eens over nadenkt. Gedachtes dienen een zeer belangrijke rol als vertaler, omdat het je realiteit vertaalt op manieren die je in staat stelt om aspecten van je realiteit te kunnen identificeren. Het moeilijke aspect hierin is dat er niet veel gedachten besteed worden aan sommige van deze ervaringen en aspecten van je realiteit en manifestaties. En de reden dat je dat niet doet is omdat je geen echte volledige aandacht besteedt aan wat je aan het doen bent.

ROSE: (Lachend) Elias, wij zijn weer aan het einde gekomen. Ik heb nog twee korte vragen. Ik ken een musicoloog die denkt dat hij de identiteit van Elise heeft ontdekt; van de sonate Für Elise; en hij denkt dat de mysterieuze vrouw Elisabeth Röckel is (1793-1883). En we zouden graag willen weten of dit klopt en waar is?

ELIAS: Nee.

ROSE: Nee? Oke.
De tweede vraag is aan jouw of je hem wilt beantwoorden. Is er iets specifieks dat je tegen Mary (Michael) zou willen tegen in relatie tot haar steeds terugkomende longontsteking? Ze heeft het nu al zo vaak gehad en ze lijdt er voldoende onder. Deze vraag staat aan de basis van dit hele uur, en is aan jouw.

ELIAS: Ik zou zeggen dat dit al geadresseerd werd in onze conversatie van vandaag. Ik zou Michael willen aanmoedigen om de informatie tot zich te nemen die jij en ik besproken hebben vandaag, omdat er sterke associaties zijn met die situatie – in dat de herhaling van de fysieke manifestatie de associatie creërt van een permanente beschadiging tot op zekere hoogte. En dat Michael ook het aspect van zenuwen onder de loep zal moeten nemen – in dat de longen ook zenuwen bevatten en dat dit het aspect zou zijn dat gezien wordt als beschadigd te zijn – wat de functie van de longen weer zou beschadigen.

ROSE: Dat was het? Je bent klaar met Mary?

ELIAS: Ja.

ROSE: Oke. Dank je wel. We moeten gaan stoppen nu, en ik kijk nu alweer uit naar onze volgende sessie, en heel veel dank.

ELIAS: En zo ook kijk ik ernaar uit. Weet dat ik je een enorme ondersteuning aanbied, en dat ik je mijn grootse affectie aanbied. Au revoir, mijn vriendin.

ROSE: Au revoir. Heel erg bedankt. Doeg.

Elias vertrekt na 1 uur.


Vertaald door